Boven zoeken

blaffende honden kijken omhoog

Een goede vriend zei me ooit: als je buiten wandelt, kijk dan niet alleen voor je uit of naar beneden op de straat. Kijk vooral omhoog, kijk naar de bovenste etages, de daken, de bewust voorover hangende gevels die ‘op vlucht’ gebouwd zijn, de ornamenten, de teksten op de muren. Er is boven zó veel te beleven!

Hoog Johnnie, kijk omhoog Johnnie… Daarboven lacht de maan.

Dat is nog eens wat anders dan al dat ‘ge-onder-zoek’.
De lichtelijk aangepaste versie van Nietzsche luidt immers: “Om wijs te worden moet je leren luisteren naar de wilde honden die blaffen in je donkere kelder”.
Dat heb ik al heel lang geleden goed in m’n oren geknoopt. Wijs worden leek me wel wat. Bovendien kenden de meeste van mijn vrienden die wilde honden allang… dacht ik. De zoektocht kon beginnen. Waarnaar was me nog niet helemaal duidelijk, maar dat zou vast niet lang meer duren.

Die donkere kelder liet zich vrij snel vinden, maar blaffen hoorde ik niet, hoe ik ook luisterde… Niets te horen. Zouden ze er bij mij niet zijn? Ik zocht toch wel op de goeie plek? Zaten ze misschien ergens anders? Iedereen moet tenslotte ergens zijn, toch? Of diende het onderzoeken nog veel drastischer te gebeuren, veel dieper? Maar hoe dan?
In de diepte kon je slecht zien, het was daar een stuk donkerder. Gelukkig bleek de poëzie ten aanzien van dit laatste zeer steunend. Ooit na de dood van president JF Kennedy hoorde ik de volgende regels.

Wees niet bang voor het donker
Omdat het licht daar woont
Er zijn geen sterren als het niet donker is
In je lichte oog zit een donkere cirkel
Want het licht zit in alle dingen
Waar het donker zich op richt
‘Donker en licht zijn met elkaar verbonden

Er bleef genoeg over om onder te zoeken, een jarenlang durende intense zoektocht naar de wilde, blaffende honden volgde. De mooiste cursussen, retraites, schaduwwerk, diepteanalyses, trainingen: van avoiding the tiger tot riding the tiger, alles kwam langs. Mijn hemel, wat een diepgaand interessant geploeter. De snelste weg naar de hemel schijnt via de hel te gaan. Dat is vast waar, maar minstens zo waar bleek dat voor de kosten van al dit ‘gewroet’ er ongeveer een buitenhuis gekocht had kunnen worden. Vooruit, geen geklaag daarover. Mijn adagium was inmiddels: “Je hoeft geen ander of beter mens te worden. Je hoeft niet te veranderen. Je hoeft alleen maar te ervaren dat je er al bent.”

Maar dat is het ‘m nou net. Je bent er. Maar waar ben je dan? Onder, boven, er ergens tussen in?

Nu, zo veel jaar later, hoor ik als ik goed luister nog wel eens wat licht geblaf in het vooronder, een bekend geluid inmiddels waar ik niet meer zo van schrik, het hoort bij mij. Dwalend door de stad neem ik het advies van mijn vriend graag ter harte en geniet ik van wat er boven allemaal te zien is. En ik begrijp dat het onder-zoeken, maar boven vinden is.